Publicaties
Niet langer langs de zijlijn
door Frank van den Nieuwenhof
Playing for Success, een Brits leerconcept dat uiterst succesvol is in het wegwerken van leerachterstanden, krijgt vaste voet in Nederland. Steeds meer betaald voetbalclubs adopteren het naschoolse programma dat in Nederland door onderwijsadviesbureau KPC Groep wordt geïntroduceerd.
KPC Groep werkt samen met lokale
onderwijsorganisaties en gemeenten aan de
introductie van Playing for Success. De
ambitie van het project is ervoor te zorgen
dat jaarlijks 18.000 onderpresterende
kinderen van 9 tot 14 jaar het maximale uit
zichzelf kunnen halen. Playing for Success
maakt hiervoor gebruik van de
aantrekkingskracht van het betaald voetbal.
Het stadion, het topsportklimaat en het
succes van de voetballers dragen allemaal
bij aan een omgeving die jongeren uitdaagt,
stimuleert en prikkelt tot betere
leerprestaties. Playing for Success noemt
dat: Leren met een WOW-factor.
Leerlingen volgen onder intensieve
begeleiding tien weken lang één middag per
week een programma dat bestaat uit
activiteiten als het maken van een
wedstrijdverslag, het berekenen van de
oppervlakte van het voetbalveld of het
interviewen van een speler: opdrachten die
aan het stadion en het voetbal zijn
gerelateerd en bijdragen aan hun taal- en
rekenontwikkeling en computervaardigheden.
Elke groep bestaat uit maximaal vijftien
leerlingen die worden begeleid door minimaal
vier medewerkers, waaronder minstens één
gekwalificeerde docent.
Belangstelling
FC Zwolle had begin 2009 de primeur. Daar hebben inmiddels drie groepen leerlingen aan het programma deelgenomen. PSV, Vitesse en ADO Den Haag openen dit najaar een leercentrum. De komende jaren hoopt KPC Groep alle betaald voetbalorganisaties voor het project te interesseren. Projectmanager Irene de Kort: “De belangstelling is enorm. Betaald voetbalorganisaties erkennen steeds meer hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. De eerste nationale Playing for Success conferentie, die we begin juni in Zwolle hebben georganiseerd, werd bezocht door meer dan honderd deelnemers, waaronder een groot aantal vertegenwoordigers van de clubs. Politiek hebben we ook de wind mee. Het Ministerie van Onderwijs steunt het initiatief en de D66-fractie van de gemeente Rotterdam heeft er onlangs op aangedrongen dat Playing for Success ook in Rotterdam zo snel mogelijk van de grond komt. We hebben de ambitie om alle betaald voetbalorganisaties bij het project te betrekken. Als dat lukt, kunnen we op termijn jaarlijks zo’n 18.000 onderpresterende leerlingen helpen.”Onderzoek
Playing for Success heeft zich in Engeland ruimschoots bewezen. Het leerconcept wordt daar sinds 1997 in praktijk gebracht. Brits onderzoek wijst uit dat leerlingen één tot anderhalf jaar leerachterstand kunnen inlopen. “Unieke resultaten”, vindt projectmanager Irene de Kort van KPC Groep. “Maar we zijn ons ervan bewust dat de resultaten in Engeland niet zomaar een-op-een overgenomen kunnen worden. We hebben in Nederland nu eenmaal een ander onderwijssysteem. De eerste resultaten zijn zeer bemoedigend. Kinderen zijn laaiend enthousiast en hun zelfvertrouwen neemt zichtbaar toe. Neemt niet weg dat het te vroeg is om iets te kunnen zeggen over de uiteindelijke resultaten.”KPC Groep
Onderwijsadviesgroep KPC Groep heeft een faciliterende rol bij de lokale initiatieven en bij de landelijke uitrol van Playing for Success. Daarbij behoren ook de bewaking van de kwaliteit en de doorontwikkeling en verbreding van het concept De Kort: Het succes in Engeland zit vooral in de zelfwerkzaamheid van de lokale initiatieven . Die filosofie hanteren we ook hier in Nederland. KPC Groep brengt partijen bij elkaar en is verantwoordelijk voor het borgen van de kwaliteit en de effectmeting. Maar in de praktijk kent ieder lokaal initiatief een eigen uitwerking. De uiteindelijke vorm van het leercentrum en de inhoud van het curriculum komen voort uit de behoeften en mogelijkheden op lokaal niveau. Dat juichen we uiteraard van harte toe, zolang ze blijven voldoen aan de gemeenschappelijke uitgangspunten.”Gepubliceerd in: Remediaal, nr. 6 jrg. 2008/2009